Van woorden tot verhalen: taalontwikkeling op Kindercampus Oculus
Kindercampus Oculus werkt met NELI: een wetenschappelijk bewezen effectief taalprogramma voor kleuters die extra ondersteuning kunnen gebruiken bij luisteren, praten en vertellen. Het programma is ontwikkeld aan de Universiteit van Oxford en helpt kinderen om actiever mee te doen in de klas en meer vertrouwen te krijgen in het spreken van de Nederlandse taal.
De taalontwikkeling van kleuters verschilt bij de start op school. Sommige kinderen spreken al veel Nederlands, andere kinderen nog weinig of geen Nederlands. In de kleuterperiode leren kinderen stap voor stap de taal, routines en schoolomgeving kennen. Gesprekken, voorlezen, samenwerken en dagelijkse activiteiten in de klas dragen hier allemaal aan bij. Leerlingen op Oculus die deelnemen aan NELI krijgen twintig weken lang extra begeleiding in kleine groepen.
Kleine groepen
De aanpak is duidelijk en praktisch. Er zijn korte momenten alleen met de NELI-tutor en momenten in kleine groepjes. De kinderen oefenen met luisteren, praten, nieuwe woorden leren en verhalen vertellen. Het doel is dat kinderen veel zelf aan het woord zijn.
Een voorbeeld uit de praktijk laat zien hoe zo’n taalles eruitziet. De NELI-tutor laat drie afbeeldingen zien die samen een verhaal vormen: een ruiter op een paard, een sprong over een heg en daarna een ruiter die op de grond ligt terwijl het paard wegloopt. Het kind vertelt wat er gebeurt. De NELI-tutor helpt door vragen te stellen, woorden toe te voegen en het verhaal stap voor stap uit te breiden.
Groei
Op Kindercampus Oculus begeleidt Marja van Berkel als tutor de leerlingen bij NELI. Momenteel werkt ze met twee groepjes van vier leerlingen. Ze ondersteunt leerlingen bij het leren en gebruiken van de Nederlandse taal. De kinderen hebben verschillende taalachtergronden en ontwikkelen zich ieder op hun eigen manier. Sommige kinderen groeien op met meer dan één taal. Andere kinderen hebben op een andere manier extra begeleiding nodig bij taal.
“Het programma is intensief, maar de kinderen blijven goed meedoen”, vertelt Marja. “Bij alle kinderen meet ik groei in de taalontwikkeling. Waar leerlingen eerst weinig spraken, gebruiken ze nu meer woorden en maken korte zinnen. Een leerling die vooral Engels sprak, gebruikt nu steeds vaker Nederlandse zinnen. Ook andere leerlingen durven meer te praten en laten duidelijke groei zien.”
Handpop Ted
Tijdens de dagelijkse taallessen merkt Marja dat structuur, herhaling en plaatjes de kinderen goed ondersteunen. Handpop Ted wordt gebruikt om leerlingen makkelijker te laten vertellen. Verhaalkaarten en activiteitenkaarten geven houvast. Ze zorgen ook voor herhaling. Marja: “We zien dat leerlingen meer vertrouwen krijgen in het spreken. Ze durven vaker iets te zeggen in de klas. Ook gebruiken ze de Nederlandse taal actiever.”
Op Oculus komt het voor dat een leerling nog helemaal geen Nederlands spreekt. Die leerling leert eerst Nederlands in de kleutergroep. Zodra we zien en horen dat ze Nederlandse woorden gaan spreken, start Marja ook met Neli. Zo leren leerlingen leren de Nederlandse taal en de schoolroutines stap voor stap kennen. “Het sterke aan NELI is dat je goed ziet en meet welke stappen een kind zet. We zien dat leerlingen steeds meer vertrouwen krijgen en het Nederlands steeds zelfstandiger gebruiken.”
Die ontwikkeling zien ouders thuis ook terug. Een ouder vertelt: “Sinds mijn kind meedoet met NELI, merken wij thuis dat hij meer Nederlandse woorden spreekt. Hij maakt zelf zinnen en durft ook Nederlands tegen anderen te spreken. Dat is geweldig voor ons als ouders om te zien.” Ook andere ouders reageren enthousiast op het programma en geven regelmatig terug hoe waardevol zij de extra taalondersteuning vinden.